Vakkie C, deel LXXVI: Vader-dochter weekend

U bevindt zich hier:
/ Vakkie C, deel LXXVI: Vader-dochter weekend

Voor Moerse Boys, door Moerse Boys en (vaak) over Moerse Boys. Dat is Vakkie C in een notendop. Deze columnrubriek werd ooit bedacht om de ontstane Coronaleegte te vullen, maar heeft inmiddels een permanent karakter. Iedere zaterdagochtend kunt u in deze rubriek een column/verhaal/artikel lezen. Regelmatig staat onze club centraal, maar ook andere zaken in het leven passeren de revue. Vakkie C is leesvoer voor bij het ontbijt, tijdens het toiletbezoek of wanneer dan ook. Vandaag deel 76: Vader-dochter weekend.

Engeland is de bakermat van het voetbal. Ooit is dààr ons geliefde spelletje uitgevonden. Van kinds af aan ben ik er al verzot op. En natuurlijk geniet ik van voetballers zoals Daan van de Broek. Technisch welhaast perfect, een overzicht om je vingers bij af te likken en een rust die ik zelfs in mijn slaap niet kan vinden. Maar zo gauw de auto’s aan de linkerkant van de weg rijden draai ik 180 graden om. Ik ben namelijk helemaal maf van Engels voetbal, het typische, ruwe, ongepolijste Engels voetbal. Niks geen 4-4-2 of 5-4-1, niks geen tactiek. Valse spits of hangende linksbuiten? Nooit van gehoord! Gewoon twee keer drie kwartier 300% gas geven. Balleke aannemen, ogen dicht en die bal naar voren. Linea recta naar de spits. Het middenveld gewoon overslagen. Dat soort werk. En dan die sfeer, die typische Engelse sfeer. Dat spreekt me misschien nog wel het meeste aan. Zaterdagmiddag een paar uur voor de match de pub in, een pint in de hand. Moed indrinken en moed inzingen. Op mijn slaapkamer had ik geen posters van de blote borsten van Farah Fawcett, HET sexsymbool van de zeventiger jaren. En ook van Olivia Newton-John kon ik niet echt opgewonden raken. Voor Bo Derek had ik overigens graag een uitzondering gemaakt.Maar nee, Liverpool was mijn club en aan de muren hingen posters van de supporters van de rood-witte grootmacht. Geen voetballers, alleen maar sfeerbeelden van het stadion. Als ik wakker werd, waande ik me direct in zo’n echte Engelse ‘ground’.

In 1982 belandde ik samen met een schoolkameraad in Londen in een gastgezin om in 5 dagen tijd de Engelse taal onder de knie te krijgen. Voor mijn gevoel kwam ik in een snoepwinkel terecht. Bijna 20 voetbalclubs in èèn stad! Buiten het verplichte, culturele schoolprogramma scheurden we met de metro van stadion naar stadion. Zo vergaapten we ons aan het oude Highbury van Arsenal en het toen nog niet verbouwde Stamford Bridge van Chelsea. Als klap op de vuurpijl speelde Engeland die week tegen West-Duitsland. Vriendschappelijk weliswaar, maar toch goed voor een nagenoeg uitverkocht Wembley. In-druk-wekkend stadion, toen nog met de twee kenmerkende torens en trapopgang. In de metro, onderweg naar de wedstrijd, werden wij door onze taal al gauw voor Duitsers aangezien…… Nog nooit heb ik zo snel een sjaaltje gekocht! Afijn, Karl-Heinz Rummenigge scoorde tweemaal voordat Tony Woodcock wat terugdeed, 1-2.

Vele malen ben ik daarna nog teruggekeerd naar de hoofdstad van Engeland. White Hart Lane, Craven Cottage, Loftus Road, Griffin Park, Wimbledon, Selhurst Park. Allemaal pareltjes op hun eigen manier. Ga je naar Millwall met het openbaar vervoer, dan rijdt je het laatste stuk bovengronds. Dwars door een stuk deprimerende industrie uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Elk vleugje levensvreugde wordt je hier direct ontnomen. Bij het verlaten van het station werden wij opgevangen door enkele Bobby’s, die ons begeleidden naar the Den. Ook overdag, ‘For your own safety.’ Verliefd werd ik op West Ham United, the Hammers. De kleuren Claret and Blue vond ik betoverend mooi. Upton Park, ook wel Boleyn Ground genaamd, bezocht ik daarna nog vaak. Ik zag er Liam Brady in z’n nadagen, wellicht de beste voetballer die Ierland ooit heeft voort gebracht, ik zag er Paul Ince, voordat hij bij Manchester United furore maakte, ik zag er Frank Lampard sr, inderdaad de vader van en ik zag er Trevor Brooking, bij leven al een legende in Oost-Londen. Vanuit het metrostation rechtsaf, voorbij de Aziatische markt met uitsluitend Indiërs en Pakistani, een meter of 300 verderop aan de linkerkant.

Mijn dochter voetbalt ook. Vanzelfsprekend bij de Moer. In de jeugd al een kampioentje, vooral in het spierwit houden van haar voetbalbroekje. Op een gegeven moment stopte ze. Het voetbal miste ze geen moment, maar de sociali des te meer. En een jaar later was ze dus weer terug. Een broertje dood aan trainen, van wie zou ze dat toch hebben. Ik verdenk er haar nog steeds van dat ze niet helemaal precies weet wat buitenspel is, maar zij is wel de laatste die daar mee zit. Af en toe eens winnen, af en toe eens gelijk spelen en vaak verliezen. Ze speelt haar potjes in ‘ut Twidde’, van de dames vanzelfsprekend. Op haar erelijst heeft ze zelfs al een rode kaart staan! Ja, die dochter van mij. Een stoere verschijning op het veld. En met een ‘verschwoontje en lekkere ruuk’ aon, een charmante verschijning in de kantine.

Toen ze 12 jaar werd, beloofde ik haar; ‘als je zestien wordt gaan we een weekend shoppen in Londen.’ Iedere verjaardag vanaf dat moment werd ik er aan herinnerd. Alsof ik dat zou vergeten. Ik kon namelijk ook niet wachten tot het zover zou zijn. Hoe lang was ik er al niet meer geweest?  En dus voegde ik er nog aan toe;   ‘Op èèn voorwaarde………… wat zou jij er van vinden als we in dat ‘shop-weekend’ ook een voetbalwedstrijdje meepikken?’ Toen zij daarvoor het licht op groen zette, knipte ik de logo’s van alle Londense voetbalclubs uit en liet er haar èèn uitkiezen. Zij pakte niet geheel toevallig het geel-zwarte logo en ik kon mijn geluk niet op. Bij Watford was ik namelijk nog nooit geweest. Op het speelschema viel mijn oog gelijk op Watford-Liverpool, vlak voor de kerst. Ik trok de stoute schoenen aan en stuurde een mail naar de Noord-Londense voetbalclub, in het Engels dat ik 34 jaar eerder in Londen had geleerd. Ik legde uit dat mijn dochter 16 jaar was geworden en juist Watford had uitgekozen om tijdens het vader-dochter weekend te bezoeken. Ik dikte het verhaal links en rechts wat aan en een dag later al ontving ik een mail met daarin de belofte dat er 2 tickets op de administratie klaargelegd zouden worden voor Mr Vriends and his daughter, op te pikken op de speeldag. Het werd een onvergetelijk weekend, waarin ik mijn dochter liet zien waar Chelsea speelde, en Arsenal, en Tottenham Hotspur, en Crystal Palace, en Fulham, en Queens Park Rangers. Ik nam met pijn in mijn hart afscheid van Upton Park. Ja, ook West Ham United heeft zich commercieel laten verleiden en voetbalt tegenwoordig in het London Stadium, gebouwd voor de Olympische Spelen van 2012. Vanzelfsprekend zijn we ook hier even gaan kijken. Onderweg naar het toetje van het weekend passeerden we ook nog het geheel vernieuwde Wembley. Over Watford-Liverpool kunnen we kort zijn. Vicarage Road is een knus stadionneke, dat met ruim 20.000 toeschouwers stijf uitverkocht was. Èèn minuut na de aftrap plofte er een vervaarlijk uitziende, breedgeschouderde, getatoeëerde Liverpool supporter op het stoeltje naast mijn dochter. We hoorden hem een keer of 28 ‘f*ck’ roepen en toen Nathan Akè in de derde minuut  de 1-0 scoorde voor Watford was ie weer vertrokken…… Liverpool zat niet in z’n beste jaren en ging uiteindelijk met 3-0 ten onder. Maar oh, wat voelde ik me weer even als dat kind in die snoepwinkel.

Oh ja, tussen de bedrijven door bezochten we ook nog enkele shopping malls en een handvol Primarks…… Het nuttige met het aangename verenigen noemen ze dat!

Lieve Pleun, wanneer zijn we weg?                                                                                                                                                   Ik heb weer wel eens zin in een weekendje shoppen in Londen, op èèn voorwaarde……..

 

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp